Afgelopen week gaven we weer een studiedag over het signaleren van hoogbegaafdheid. De titel van de studiedag: wat is hoogbegaafdheid wel én niet? Deze titel hebben we bewust gekozen. Er wordt namelijk veel toegeschreven aan hoogbegaafdheid wat niets met hoogbegaafdheid te maken heeft. En er worden signalen gemist die alles met hoogbegaafdheid te maken hebben. We starten deze studiedag dan ook met de vraag: aan welke kenmerken denk jij bij hoogbegaafdheid? Ik kreeg afgelopen week deze antwoorden:

  • Slechte executieve functies
  • Onderpresteren
  • Gefrustreerd
  • Creatief
  • Te eigenwijs
  • Ongemotiveerd
  • Emotioneel en sociaal niet vaardig
  • De lat te hoog leggen, faalangst

Dit soort rijtjes zijn we gewend. We krijgen vaak dit soort opsommingen. Maar ja, op ééntje na, staat er in bovenstaande rijtje géén enkel kenmerk van hoogbegaafdheid.

De (wettelijke) norm basisondersteuning

Als leerkracht of docent in het PO en VO wordt het verwacht dat jij kennis hebt van de kenmerken van hoogbegaafdheid. Het behoort tot de norm basisondersteuning: het kunnen signaleren wie de hoogbegaafde leerlingen zijn.

Een norm basisondersteuning voor hoogbegaafde leerlingen? Is dit nieuw?

Ja, deze is redelijk nieuw.

Ik citeer uit de kamerstukken van 24 april 2025.

“De Algemene Onderwijsbond (hierna: AOb) en Ouders & Onderwijs hebben in november 2024 een advies opgeleverd over hoe de landelijke norm voor de eerste drie ondersteuningsgebieden eruit moet zien. Er is veel draagvlak voor het advies in het veld. De eerste drie ondersteuningsgebieden zijn:

  • Lees-/spellingsproblemen en dyslexie
  • (Hoog)begaafdheid
  • Taak- en werkgedrag

Daarnaast doen zij aanbevelingen aan het Ministerie van OCW als het gaat om de implementatie van de beoogde wet, en aan partijen in het veld hoe zij (nu al) met een landelijke norm voor basisondersteuning aan de slag kunnen gaan in de eigen regio en in de eigen school, samen met de onderwijsprofessionals.’

Bron:https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z08396&did=2025D19102)

Wordt er gesproken over een wet? Hoe zit dit?

Ja, er wordt gesproken over een wettelijke verplichte norm. Ik citeer uit hetzelfde kamerstuk.

‘Een dergelijke norm is een langgekoesterde wens, zowel van het kabinet als van uw Kamer. Het streven is om het wetsvoorstel en de bijbehorende algemene maatregel van bestuur in het eerste kwartaal van 2026 in internetconsultatie te brengen.’

Wetsvoorstel norm basisondersteuning in 2026

In het eerste kwartaal van 2026 krijgen we het wetsvoorstel en de bijbehorende algemene maatregel van bestuur te zien. Het ministerie plaatst het ontwerp van de wet op een speciale website: www.internetconsultatie.nl Iedereen kan daarop reageren, bijvoorbeeld scholen, ouders, belangenorganisaties, maar ook individuele burgers. Die reacties worden verzameld en kunnen leiden tot aanpassingen van het wetsvoorstel, voordat het naar de Tweede Kamer gaat.

Maar wat staat daar dan in voor (hoog)begaafde leerlingen? Ik citeer uit het ‘Advies landelijke norm voor basisondersteuning’ (zie bijlage URL kamerstukken).

Beleid

  1. Het schoolbestuur met alle vestigingen heeft beleid over het signaleren van ondersteuningsbehoeften bij leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid, van instroom tot uitstroom van leerlingen en ook bij de overgang van po naar vo. Daarbij is er aandacht voor onderpresteren. De school voert het beschreven beleid uit.
  2. Het schoolbestuur met alle vestigingen heeft beleid over de ondersteuning bij (hoog)begaafdheid, aansluitend bij de visie van de school gericht op goed onderwijs voor alle leerlingen. De school voert het beschreven beleid uit.

Kennis en vaardigheden

  1. De school heeft kennis over verschillende perspectieven op (hoog)begaafdheid.
  2. De school heeft kennis over het signaleren van ondersteuningsbehoeften.
  3. De school heeft kennis over divergent differentiëren: het inspelen op verschillen in leertempo, leerpotentieel en interesses.
  4. De school doet een beroep op een specialist hoogbegaafdheid of een professional met expertise in (hoog)begaafdheid. De school heeft deze expertise intern of weet deze extern in samenwerking met andere scholen, het schoolbestuur of samenwerkingsverband te verkrijgen. Deze specialist ondersteunt het team bij het signaleren van ondersteuningsbehoeften en helpt bij het vormgeven van het onderwijsaanbod. De specialist draagt bij aan de kwaliteitsontwikkeling van de onderwijsprofessionals en het aanbod.
  5. De school ondersteunt het team in de vorm van tijd, geld en expertise bij het verbeteren van hun kennis en vaardigheden op het gebied van pedagogisch-didactisch handelen, specifiek voor (hoog)begaafdheid, aansluitend bij de behoeftes van het personeel en bij de populatie van de school.

Ondersteuning

  1. De school signaleert ondersteuningsbehoeften bij leerlingen die onderpresteren.
  2. De school faciliteert haar onderwijspersoneel om tot optimale differentiatie te komen binnen de onderwijscontext.
  3. De school past het lesaanbod aan om het ontwikkelingspotentieel van leerlingen te stimuleren, afgestemd op hun niveau en tempo. Ook de sociale en emotionele ontwikkeling krijgt aandacht. Verschillende vormen van differentiatie kunnen tegelijk worden ingezet. Voorbeelden zijn: PO: verrijken van het lesaanbod, compacten (overslaan van overbodige herhalings- en oefenstof), versnellen binnen een vakgebied of door een leerjaar over te slaan en het bieden van andere vakken aansluitend bij de interesses van de leerling. VO: verrijken van het lesaanbod, compacten (overslaan van overbodige herhalings- en oefenstof), versnellen binnen een vakgebied of vervroegd examen doen en het bieden van andere vakken aansluitend bij de interesses van de leerling. Versnellen in de vorm van een of meerdere jaren overslaan maakt geen deel uit van de basisondersteuning.
  4. De school stimuleert socialisatie en persoonsvorming van leerlingen. Dit kan bijvoorbeeld door samenwerkingen of contactmomenten tussen deze leerlingen te organiseren, eventueel met ondersteuning van het schoolbestuur, het samenwerkingsverband of de gemeente.

Wat valt niet onder de landelijke norm voor basisondersteuning?

  1. Individuele ondersteuning voor leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid die onvoldoende baat hebben bij de basisondersteuning en die langdurige individuele ondersteuning nodig hebben die volledig op maat gemaakt is.
  2. Het aanbieden van voltijds hoogbegaafdheidsonderwijs.
  3. VO: Versnellen door een leerjaar over te slaan.

Wij hebben al veel ervaring met deze norm basisondersteuning, omdat we reeds vele jaren basisscholen (en sinds kort ook scholen voortgezet onderwijs) onderzoeken op exact deze onderdelen. We hebben meer dan 500 scholen onderzocht. We onderzoeken de scholen op 5 niveau’s:

  • Niveau 1: reactieve ondersteuning
  • Niveau 2: leerkracht afhankelijke ondersteuning
  • Niveau 3: basisondersteuning
  • Niveau 4: gevorderde ondersteuning
  • Niveau 5: specialistische ondersteuning

En wat blijkt hieruit?

Bij honderden scholen is gebleken dat zeker 75% van de scholen de norm basisondersteuning niet biedt aan (hoog)begaafde leerlingen. Zij bevinden zich daaronder: op niveau 1 of 2.

Waar begin je?

Je begint met prioriteit te stellen om te gaan investeren in scholing (kennis en vaardigheden): voor de directie (beleid) én voor de leerkrachten (ondersteuning). Weet je bijvoorbeeld dat Loek Zonnenberg heeft onderzocht dat we 16x zoveel geld en dus tijd besteden aan de leerlingen beneden het gemiddelde ten opzichte van de leerlingen boven het gemiddelde?

Zestien keer zoveel! Dat is een ongelijke, scheve verdeling. We mogen onszelf de vraag stellen of we de tijdsverdeling niet moeten herzien, zodat dit niet in deze mate ten koste gaat van één doelgroep: de (hoog)begaade leerlingen.

(bron: https://hbscholen.nl/wp-content/uploads/2022/02/Situatieanalyse-voltijd-HB-PO-in-NL-Eindrapport-Feb-2022-Loek-Zonnenberg.pdf )

Mocht je op zoek zijn naar meer kennis en vaardigheden informeer bij ons: we kunnen op inspirerende en ervaren wijze scholing bieden voor directies, leerkrachten en andere professionals in het onderwijs.

Laten we meteen beginnen met de kennis. Hoe zit het nu met dat rijtje kenmerken van hoogbegaafde leerlingen?

Correlatie versus causaliteit

De leerkrachten noemden de volgende kenmerken:

  • Slechte executieve functies
  • Onderpresteren
  • Gefrustreerd
  • Creatief
  • Te eigenwijs
  • Ongemotiveerd
  • Emotioneel en sociaal niet vaardig
  • De lat te hoog leggen, faalangst

Alleen ‘creatief’ is een kenmerk. Dit zie je onder andere terug in het model van Renzulli. Joseph Renzulli is een Amerikaanse wetenschapper, een vooraanstaand psycholoog en een professor in de onderwijspsychologie, bekend om zijn onderzoek en publicaties op het gebied van hoogbegaafdheid en talentontwikkeling. Hij is de bedenker van het invloedrijke drieringenconcept (of Triadisch model) dat hoogbegaafdheid definieert als de overlap van bovengemiddelde capaciteiten, creativiteit en taakgerichtheid.

Hoe komt het dat we toch vaak die andere zaken noemen bij hoogbegaafdheid zoals ‘onderpresteren’?

Wij maken onderscheid bij hoogbegaafdheid tussen de kenmerken, de gevolgen (causaal verband) en de randverschijnselen (correlatie).

De begrippen correlatie en causaliteit wil ik eerst uitleggen aan de hand van twee voorbeelden.

Voorbeeld 1 In de zomer stijgt zowel het aantal mensen met zonnebrillen ???? als het aantal verkochte ijsjes ????.

Deze variabelen hebben een verband, maar de één veroorzaakt de ander niet. Dit noem je correlatie: twee dingen treden tegelijk op of bewegen samen. Het kan toeval zijn of beide kunnen door een derde factor worden beïnvloed, in dit voorbeeld: het warme weer☀️.

Dit zien we ook bij hoogbegaafde leerlingen. Stel er treden twee variabelen tegelijk op bijvoorbeeld hoogbegaafdheid en onderpresteren (of frustratie).

Deze variabelen hebben een verband, maar de één (hoogbegaafdheid) veroorzaakt de ander niet (frustratie of onderpresteren). De kans is groot dat een derde factor meespeelt: geen onderwijs op eigen niveau en tempo (zone van naaste ontwikkeling). Doe je iets aan het onderwijs, dan los je het ongewenste fenomeen onderpresteren en/of frustratie op, omdat het niet passende onderwijs de causale factor is. Hoogbegaafdheid is niet de causale factor.

Voorbeeld 2 Roken verhoogt de kans op longkanker. Hier is bewezen dat roken oorzaak is en kanker (soms) gevolg. Dit is causaliteit: er is een oorzakelijk verband, het één veroorzaakt (deels) het ander.

Dit kunnen we ook zien bij kenmerken van hoogbegaafdheid. Het hebben van een hoge intelligentie (bovengemiddeld vermogen) is een kenmerk. Dit kenmerk verhoogt de kans op het kunnen behalen van de leerdoelen met minder oefening en herhaling. Het is bewezen dat de gemiddelde leerlijn compact aangeboden kan worden aan een hoogbegaafde leerling om de leerdoelen te behalen. De intelligentie veroorzaakt het feit dat er is minder herhaling en oefening nodig.

Wat is nu de belangrijke boodschap van dit verhaal?

Als je denkt dat frustratie en onderpresteren een kenmerk is van het hoogbegaafde kind, dan wil je het kind gaan veranderen.

 

Als je doorziet dat frustratie en onderpresteren wel een correlatie hebben, maar dat het oorzakelijke verband (causaliteit) een derde factor is, namelijk het niet-passende onderwijs, dan wil je het onderwijs gaan aanpakken.

Dat is nogal een wezenlijk verschil.

Samenvatting

Om de norm basisondersteuning voor (hoog)begaafde leerlingen te behalen heb je kennis en vaardigheden nodig. Het is niet gek als deze kennis of vaardigheid nog onvoldoende aanwezig is. Er is immers altijd onevenredig veel prioriteit (geld en tijd) gegeven aan andere groepen leerlingen.

Er wordt veel (ongegrond) gezegd en geschreven over hoogbegaafdheid. De correlatie (verbanden) en causaliteit (oorzakelijk verband) worden daarbij ook verward. Dit heeft grote gevolgen voor hoogbegaafde leerlingen voor hun intellectuele, sociale en emotionele ontwikkeling.

We willen toch dat elk kind op eigen niveau, tempo en met welbevinden onderwijs volgt?

Informeer gerust naar onze scholing (beleid, kennis, vaardigheden, ondersteuning): info@specialisthoogbegaafdheid.nl

Heel fijn als je de informatie deelt!